Energienormen, fiscale voordelen en premies in 2019

EPB-eisen

  • Voor nieuwe niet-residentiële gebouwen stijgt voor vergunningsaanvragen vanaf 2019 het verplichte minimumaandeel hernieuwbare energie naar 20 kWh per m² bruto vloeroppervlakte. In 2018 was dat minimum 15 kWh/m².
     
  • Voor vergunningsaanvragen vanaf 2020 gaan we met de nieuwe woongebouwen naar maximaal E35 (in plaats van E40 in 2018) en voor ingrijpende energetische renovaties van woongebouwen verstrengt de E-peileis naar E70 (in plaats van E90 in 2018).

Procedures

  • De uiterste indiendatum voor EPB-aangiften wijzigt:
    • Voor nieuwe gebouwen (of gelijkwaardig) waarvoor de EPB-aangifte nog niet is ingediend, moet de EPB-aangifte zijn ingediend binnen de 12 maanden na de ingebruikname of het einde van de werken en uiterlijk 5 jaar na de datum van het verlenen van de bouwvergunning of het neerleggen van de melding. Tot nu werd met 6 maanden gerekend in plaats van 12 maanden.
       
    • Voor renovaties en ingrijpende energetische renovaties zijn de datum van de ingebruikname en het einde van de werken niet meer van tel. Enkel de uiterste termijn van 5 jaar telt: de EPB-aangifte moet ingediend zijn ten laatste 5 jaar na de datum van de bouwvergunning of melding.
       
    • De aanpassing van de uiterste indiendatum voor nieuwbouw en renovatie telt voor alle openstaande dossiers waarvoor nog geen EPB-aangifte is ingediend op 24 december 2018.
       
    • Het VEA past in haar handhaving de nieuwe regelgeving toe met de aangepaste uiterste indiendatum. Voor handhavingsprocedures die lopen, geldt de indientermijn van vroeger.
       
  • Groenestroomcertificaten voor PV-installaties: voor dossiers waarvoor u de EPB-aangifte indient vanaf 1 januari 2019 en de PV-installatie in aanmerking komt voor groenestroomcertificaten, vervalt het recht op groenestroomcertificaten enkel voor de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan het minimumaandeel hernieuwbare energie te voldoen.

    Voor de hoeveelheid elektriciteit die de PV-installatie produceert bovenop de hoeveelheid die nodig is om te voldoen aan deze verplichting, worden wel groenestroomcertificaten toegekend.

    Let op: de datum waarop de EPB-aangifte wordt ingediend, is bepalend.
     

  • De uiterste indiendatum voor een afwijkingsaanvraag voor een systeem van externe warmtelevering wijzigt. Vroeger moest u een afwijkingsaanvraag voor een dossier met externe warmte indienen voor de start van de werken. Dat bleek niet haalbaar. 

    Vanaf 2019 kunt u een afwijkingsaanvraag indienen tot op het moment van de ingebruikname van het gebouw en binnen de 5 jaar na de aanvraag van de bouwvergunning.

    Let op: de EPB-aangifte mag nog niet zijn ingediend.
    Merk op: de overgangsmaatregel verloopt na 31 december 2018. 
     

 Rekenmethode: gebouwschil

  • Er is een gedetailleerde methode voor het bepalen van de thermische massa toegevoegd voor residentiële gebouwen.
     
  • Het aanbrengen van een strook randisolatie langs de omtrek van een vloer op volle grond, heeft een gunstig effect op de transmissieverliezen via de vloer en via de bouwknoop ‘funderingsaansluiting’.

    Door de verplichte rapportering van de bouwknopen vanaf 2011 was het enkel mogelijk om dit positieve effect op de U-waarde van de vloer door te rekenen in projecten zonder K- of S-peileis.

    Voor vergunningsaanvragen vanaf 2019 kunt u het positief effect van de randisolatie op de U-waarde van de vloer in rekening brengen voor alle projecten, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden.

    Op de EPB-pedia vindt u meer uitleg over hoe u met randisolatie omgaat bij het inrekenen van bouwknopen en de U-waarde van vloeren op volle grond.

  • Voor vergunningaanvragen vanaf 2019 is een methode toegevoegd voor het bepalen van de U-waarde specifiek voor kunststof lichtkoepels en lichtstraten.
     
  • Er zijn enkele aanpassingen doorgevoerd aan het transmissiereferentiedocument. Dit zijn de voornaamste:
    • In bijlage D zijn waarden bij ontstentenis toegevoegd voor houten raamprofielen. De opsplitsing in loofhout (lU = 0,18 W/mK) en naaldhout (lU = 0,13 W/mK) is vervangen door een opsplitsing in 3 houttypes. Er is een houttype toegevoegd met een lU = 0,16 W/mK. Per houttype worden de meest courante houtsoorten opgesomd. Hierdoor kunt u aan een gekende houtsoort gemakkelijker een specifieke Uf-waarde bij ontstentenis toewijzen (tabel D.1).
       
    • Er is opnieuw een inhoudstafel ter beschikking en de formules en tabellen kregen een aangepaste nummer.
       
    • In bijlage F zijn enkel de formules behouden om de U-waarde te berekenen van muren en vloeren in contact met volle grond.
       
    • In bijlage H werden een aantal wijzigingen doorgevoerd, om de methode voor het doorrekenen van een bestaande scheidingsconstructie af te stemmen op de rekenmethode voor bestaande gebouwen (EPC). 

Rekenmethode: technieken

  • In de EPB-berekening van een gebouw waarin een warmtepomp of warmtepompboiler is geplaatst, telt voor bouwaanvragen vanaf 2019 ook de opbrengst voor sanitair warm water mee in het minimumaandeel hernieuwbare energie.

    Voor bouwaanvragen voor 2019 telt enkel de opbrengst voor ruimteverwarming mee.
     

  • Bij een multisplitsysteem met variabel koelmiddeldebiet (VRF) hangt de recuperatiefactor, bij de recuperatie van warmte, vanaf 2019 ook af van de functionele delen.

Software

Voor projecten met bouwaanvraag vanaf 2019 moet u alle opwekkers en verdeelsystemen via het softwaremenu ‘Technische installaties’ ingeven. Onder meer de invoer van een combilus wijzigt daardoor.